Iliotibiale band frictie syndroom

Iliotibiale band frictie syndroom (ITBFS) is de tweede meest voorkomende blessure bij lopers. De voornaamste klacht is pijn aan de buitenkant van de knie bij lopen of fietsen (repetitieve plooi-strek bewegingen). Zo’n 6.8% van de mannen en 9.8% van de vrouwelijke lopers heeft er ooit wel eens last van (1).

De iliotibiale band (ITB) loopt van de heupkam naar de buitenkant van de knie. Het rode punt aan de buitenkant van de knie (zie foto) is de plaats waar er meestal pijn optreedt. Via bindweefsel wordt de ITB verbonden met andere structuren: de grote bilspier (GMAX), de tensor fascia lata (TFL), de vastus lateralis (VL of ook wel de buitenste quadriceps genoemd) en de biceps femoris (BF of de buitenste hamstring) (1, 2).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ondanks wat de naam doet vermoeden, zijn experts het nog niet eens over de oorzaak van het iliotibale frictie syndroom. Er zijn twee theorieën in omloop die het syndroom zouden kunnen verklaren:

  1. Het is een compressiesyndroom: zenuwen, vetweefsel en bloedvaten worden platgedrukt onder de spanning van de iliotibiale band (1, 2).
  2. Het is een frictiesyndroom waarbij de te gespannen band bij het sporten te veel wrijving ondervindt t.o.v. de epicondylus lateralis van de knie (= het botvormige uitsteeksel aan de buitenkant van de knie) (1).

Uit kinematisch onderzoek is gebleken dat lopers met ITBS een zogenaamde ‘hip drop’ hebben (zie figuur B). Doordat de buitenste en achterste heupspieren niet sterk genoeg zijn, zakt de heup tijdens het lopen. Door deze hip drop valt ons lichaamszwaartepunt niet mooi in het midden van ons bekken. Hierdoor komt er een extra spanning op de iliotibiale band wat op zijn beurt weer voor pijn zorgt. Figuur A toont een normale situatie zonder ‘hip drop’ en met een correct lichaamszwaartepunt (1).

itbs

 

 

 

 

 

 

 

 

De behandeling gebeurt in verschillende stappen (1, 2)

  1. In de acute fase (3 dagen – 1 week) is de pijn het ergst. In deze fase is het belangrijk om de gevoelige punten uit de spieren rond de ITB los te werken (triggerpoints). Hier kan de kinesist je mee helpen. De kinesist zal je ook uitleggen waar je op moet letten tijdens het sporten. Ook is het belangrijk om ijs te leggen op de knie.
  2. In de subacute fase (3 dagen-2weken) zal je al minder pijn ervaren. Het is belangrijk om in deze fase de verschillende spieren rond de iliotibiale band te stretchen. Ook dit zal je kinesist je aanleren. Stretches doe je het best zo’n 3 maal per dag voor 30 seconden lang.
  3. De herstellingsfase/krachttrainingsfase (1-6 weken) dient om de kracht van je buitenste en achterste heupspieren te versterken. Tijdens deze krachttraining zal je kinesist erop hameren dat je lichaamszwaartepunt mooi in het midden moet vallen. Wanneer je lichaam zich in de unipodale fase bevindt (= de fase waarbij je op één been staat als je loopt) moet je knie dus mooi op één lijn komen te staan met je enkel en voet.
  4. In de return-to-sport fase (> 6 weken) mag je geen pijn meer hebben. Volgens de literatuur is deze fase rond de 6 weken bereikt, maar dit is bij iedere persoon anders. Lopen dient gradueel opgebouwd te worden en er moet steeds rekening gehouden worden met de tips die je kreeg van je kinesist i.v.m. je loopstijl. Het zou ook aangewezen zijn om tijdens de eerste week dat je sport kleine sprintjes te trekken tussen je loopfasen omdat dit de spanning op de iliotibiale band ook zou verminderen. Het is verder niet aan te raden om bergaf te lopen omdat dit zorgt voor een grotere reactie-kracht.

Bronnen

  1. Baker RL, Fredericson M. Iliotibial Band Syndrome in Runners: Biomechanical Implications and Exercise Interventions. Phys Med Rehabil Clin N Am. 2016;27(1):53-77.
  2. Strauss EJ, Kim S, Calcei JG, Park D. Iliotibial band syndrome: evaluation and management. J Am Acad Orthop Surg. 2011;19(12):728-36.